Daarom is het thema Vliegtuigen een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
Van alle grote machines is het vliegtuig er een die kinderen bijna elke dag zien: een witte streep langs de hemel, een gebrom hoog boven de tuin. Het roept vragen op die blijven hangen. Hoe kan iets zo zwaars in de lucht blijven? Wie zit er helemaal voorin te sturen? In een boek over vliegtuigen neemt het kind zelf plaats achter de knuppel, leest de meters af en kiest waar de reis naartoe gaat. Wat ver weg is, wordt iets waar het kind over beslist, en de kriebels bij het opstijgen worden spanning in plaats van zorgen.
Opdrachten boven de wolken
Een vliegtuigavontuur kan een rustige reis zijn of een reddingsmissie. Het kind kan een klein postvliegtuig besturen met brieven voor een eiland waar de brug is weggewaaid, landen op een besneeuwde baan waar iedereen helpt met scheppen, een zwerm ganzen volgen die de weg naar het zuiden kwijt is, of een eenzame beer naar huis vliegen die op een vakantieadres was achtergebleven. Elke dubbele bladzijde kan haar eigen weer hebben: mist, tegenwind, een regenboog van bovenaf gezien. Het vliegveld is ook een wereld op zich: koffers die over de band rijden, het raam met uitzicht op de vliegtuigen, het wachten bij de gate met een instapkaart.
De reis die jullie zelf hebben gemaakt
Heeft jouw kind al eens gevlogen, geef het boek dan die reis: waar jullie heen gingen, wat het leukst was op het vliegveld, of het kind dichte oren kreeg bij de landing. Heeft het kind nog nooit gevlogen, dan kan het doel de stad van oma zijn, een land waar jullie het vaak over hebben of de plek die steeds op de tekeningen van het kind opduikt. Een broer of zus kan copiloot zijn en de kat de enige passagier. Gaat het om een echte reis, dan kan het boek ook over de hele vakantie gaan.
Hoe het boek klinkt, hangt af van de leeftijd. Een kind onder de twee krijgt geluiden en bewegingen: brrr, omhoog, omlaag, landen, zwaaien. Een driejarige volgt graag een korte vlucht met een start, een klein probleem en een zachte landing. Een zesjarige wil de instrumenten aflezen, met de toren praten en even zelf sturen. Voor een tienjarige kan het boek een echte keuze bevatten, zoals de korte route dwars door een onweersbui of de lange eromheen.
Waarom je tegen de wind in opstijgt
Een vliegtuig stijgt het liefst op met de wind tegen. Het is de lucht die over de vleugels stroomt die het vliegtuig optilt, en als de wind van voren komt, heeft het een kortere aanloop op de baan nodig voordat het loskomt. Vouw daarna papieren vliegtuigjes en probeer verschillende vleugels uit. Welk vliegtuigje zweeft het verst, en welk duikt recht het tapijt in?
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over vliegtuigen wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
Je loopt de smalle trap op en stapt door de ronde deur naar binnen. Het ruikt naar koffie en nieuwe stof. Helemaal voorin, achter een glazen deur, staan twee stoelen voor honderden kleine knopjes en lampjes. Een van de stoelen is leeg. “Daar zit jij vandaag,” zegt de gezagvoerder. Je maakt je gordel vast, hij klikt, en de koptelefoon is warm tegen je oren. Door de ruit zie je de lange grijze baan met witte strepen die nooit lijkt op te houden. “Hier de toren, jullie hebben toestemming om op te stijgen,” kraakt een stem. Je legt je hand op de knuppel. De motoren beginnen te brommen, dan te bulderen, en het hele vliegtuig trilt als een hond die wil rennen. Net als de wielen loskomen, zie je iets door het zijraam: een kleine rode ballon die naast jullie vliegt, veel te hoog, met een briefje aan het touwtje geknoopt.










