Daarom is het thema Leren fietsen een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
Leren fietsen is een van de eerste keren dat een kind merkt hoe het voelt als je lijf ineens iets snapt wat je hoofd al zo lang wilde. De weg ernaartoe loopt vaak via geschaafde knieën, boosheid en een volwassene die meerent en de bagagedrager vasthoudt. In een prentenboek is voor dat alles plaats: de moed om weer op het zadel te klimmen en de blijdschap om de eerste meters zonder hulp. Als je kind zichzelf op de tekening weg ziet trappen, wordt het een beetje makkelijker om te geloven dat het in het echt ook gaat lukken.
Grind, heuveltjes en de eerste val
Een fietsboek kan beginnen met een nieuwe, glimmende fiets in de gang en eindigen met een tocht naar een plek waar je kind nog nooit naartoe is gefietst. Daartussen valt genoeg te beleven: een smak in het grind en een pleister, een heuveltje dat onmogelijk lijkt, de bel die tingelt naar een verbaasde kat, een buurman die vanachter zijn heg applaudisseert. Zijwieltjes, loopfiets of meteen op de pedalen – het verhaal kan precies de weg volgen die jullie hebben gekozen. Waar het om gaat, is dat het laat zien dat vallen en opnieuw proberen erbij horen.
Jullie fiets, jullie straat
Vertel hoe de fiets er echt uitziet: de kleur, het mandje, de stickers op de helm. Schrijf op waar jullie oefenen, op het schoolplein op zondagochtend, op het grindpad bij het vakantiehuisje of in het park om de hoek. Wie rende er mee en hield vast? Een grote broer of zus die al kan fietsen, kan laten zien hoe het moet, en de hond kan naast je meerennen en naar de wielen blaffen. Misschien was er een bijzondere dag waarop het ineens lukte, een dinsdag in mei of de laatste dag van de zomervakantie, en dan kan die dag de finale van het boek worden.
Als het eindelijk lukt
Bij 0–2 jaar wordt het boek een ritme van trappen en tingelen, misschien op een driewieler of loopfiets. Een verhaal voor 3–5 jaar kan gaan over een poging die misgaat en een die lukt. Voor 6–9 jaar kan de uitdaging groter zijn, alleen naar een vriendje fietsen of een heuvel op zonder je voeten neer te zetten, en vanaf 10 jaar kan het een langere fietstocht worden met wat spanning onderweg.
Teken na het lezen samen een kaart van een kort rondje en spreek af waar jullie de volgende keer naartoe fietsen. Geef de fiets gerust een naam. Wie meer wil, kan het idee De fiets die wilde vliegen lezen, waarin de fiets zelf plannen heeft.
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over leren fietsen wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
Het is vroeg in de ochtend en de straat is leeg. Alleen jij, je fiets en een merel die op het hek zit te kijken. Je maakt je helm vast en zet één voet op het pedaal. De andere blijft op het grind staan, want die wil nog niet echt loslaten. “Ik hou je vast”, zegt mama achter je. Je knikt. De wielen knarsen. Eén trap, twee trappen. De fiets helt naar links en jij draait het stuur naar rechts. De merel vliegt op van het hek en landt een stukje verderop op straat, alsof hij op je wacht. “Niet loslaten”, zeg je. “Ik hou je”, zegt mama. Drie trappen, vier, vijf. De wind trekt aan het haar dat onder je helm uitpiept. En ergens achter je, veel te ver weg om nog iets vast te houden, hoor je mama lachen.










