Daarom is het thema Tanden poetsen een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
Tanden poetsen komt elke ochtend en elke avond terug, en misschien wordt het juist daarom zo makkelijk een touwtrekwedstrijd. Een prentenboek kan er een moment met een verhaal van maken in plaats van een klusje dat af moet. Je kind kan degene zijn die met een zaklamp iets zoekt in zijn mond, die zijn tanden telt of die een verlegen tandenborstel laat zien hoe het moet. Als het avondritueel bij een verhaal hoort, wordt het iets om naar uit te kijken, of in elk geval iets om over te praten terwijl de borstel rondgaat.
Een avontuur achter je lippen
Een mond is een spannende plek voor een verhaal: een grot met witte stenen, een tong als een rode loper, schuim dat dwarrelt als sneeuw. Het boek kan de borstel volgen op een reis van de voortanden tot de allerachterste, waar het het donkerst is. Het kan gaan over een tand die begint te wiebelen, of over een kind dat zijn knuffel leert poetsen. Misschien is de tube tandpasta ontsnapt, of begint de spiegel ineens te praten. Je kunt ook het hele avondritueel een reeks kleine avonturen maken, van de pyjama tot het laatste verhaaltje.
Jullie badkamer, jullie gewoontes
Vul in hoe het er thuis uitziet: de kleur van de tandenborstel, de smaak van de tandpasta, het krukje voor de wastafel, de spiegel met vingerafdrukken. Hebben jullie een liedje dat jullie zingen tijdens het poetsen, dan mag dat erin. De volwassene die napoetst, of de grote broer of zus die ernaast staat te poetsen, kan ook een rol krijgen. Is je kind net zijn eerste tand kwijtgeraakt, dan kan dat het hoogtepunt van het boek worden. Vertel ook wat je kind niet leuk vindt, sterke munt misschien of lang stilstaan, dan kan het verhaal daar een weg omheen vinden.
Van eerste tand tot eerste wiebeltand
Bij 0–2 jaar wordt poetsen een klein versje over op en neer, voor en achter. Bij 3–5 jaar kan een duidelijk verhaal van het poetsen een reddingsactie maken, en bij 6–9 jaar komt er ruimte voor gesprekjes, misschien met een tand die weigert los te laten. Vanaf 10 jaar kan het boek gaan over alles wat er in je mond gebeurt als de nieuwe tanden doorkomen.
Als het boek uit is, kan je kind de tanden van de beer poetsen, of zijn eigen tanden tellen in de spiegel met een zaklamp. Laat je kind een naam verzinnen voor zijn eigen tandenborstel. Praat over wat fijn is aan poetsen en wat vervelend voelt. Voor een bezoek aan de tandarts is het handig als het boek een paar keer is gelezen.
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over tanden poetsen wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
Diep in het badkamerkastje, achter de tandpasta, woont een tandenborstel die Pluisje heet. Ze is van jou, en ze is een beetje verlegen. Elke avond als je het kastje opendoet, verstopt ze zich achter de zeep. “Ik weet niet waar ik moet beginnen”, fluistert ze vanavond. “Het is zo donker daarbinnen in je mond, en er zijn zoveel tanden.” Je denkt na. “Ik kan het je laten zien”, zeg je. “Ik weet precies waar ze allemaal zitten.” Pluisje kijkt onzeker, maar laat zich optillen. Je doet je mond wijd open voor de spiegel. Daarbinnen lijkt het een grot met witte stenen in twee lange rijen. Helemaal achterin, waar het het donkerst is, glinstert iets wat daar niet hoort. Pluisjes haren trillen. “Wat is dat?” Je buigt je dichter naar de spiegel.










