Daarom is het thema Brandweer een goed boek
Een avontuur dat bij het kind past
De brandweerauto is rood, je hoort hem van ver en hij is altijd onderweg om iemand te helpen. Kinderen merken al vroeg dat brandweermensen juist naar het gevaar toe gaan waar anderen voor wegrennen, en dat wekt respect en nieuwsgierigheid tegelijk. Een boek over de brandweer laat het kind de helm opzetten, de slang uitrollen en degene zijn die de situatie oplost. Het kan ook iets onprettigs, zoals vuur en rook, wat begrijpelijker maken: er zijn mensen die weten wat ze moeten doen, en ze komen als je belt.
Alarm, slang en ladder
Niet alles in een brandweerboek hoeft te branden. Het kind kan een kat naar beneden helpen die te hoog is geklommen, water uit een ondergelopen kelder pompen, erbij zijn als een auto in de sneeuw van de weg is geraakt, of een barbecue blussen die op een zomerfeest vlam heeft gevat. Een bladzijde kan de kazerne van binnen laten zien, met de keuken, de garage, de opgehangen pakken en misschien een paal om langs naar beneden te glijden. Veel van het werk is bovendien oefenen: snel een slang uitrollen, de ladder op klimmen en met een kaart de weg vinden.
Met bekende gezichten in de cabine
Laat het gezin het team worden. Papa kan rijden, grote zus de slang vasthouden en opa bij de radio zitten. Zijn jullie op een open dag bij een kazerne geweest, schrijf dat dan op, net als de naam van jullie straat en wat er in de buurt is, zodat de brandweerauto komt aanrijden waar het kind echt woont. De speelgoedbrandweerauto die altijd mee moet in de tas, kan ook in het boek.
Voor een kind onder de twee is dit genoeg: sirene, rode auto, water en een bedankje van wie er geholpen werd. Drie- tot vijfjarigen willen een duidelijke redding met een goede afloop, het liefst met een dier erbij. Schoolkinderen kunnen in het team beslissingen nemen, zoals welke weg de auto neemt als een straat is afgesloten, en voor een elfjarige kan de opdracht langer worden en een onverwachte wending nemen. Zoek je een kant-en-klaar begin, dan is er het idee De belangrijkste missie van de brandweerauto.
Het nummer dat je moet kennen
In Nederland en België bel je 112 als er brand is of als iemand snel hulp nodig heeft. Het is hetzelfde nummer voor brandweer, ambulance en politie. Oefen na het lezen samen wat je dan zegt: wie je bent, waar je bent en wat er is gebeurd. Jullie kunnen ook samen op de testknop van de rookmelder drukken en horen hoe hij klinkt, zodat het geluid geen verrassing is.
Jouw kind is de held
Je vult de naam en leeftijd van het kind in en wat het kind leuk vindt, en je uploadt een foto. Het verhaal over de brandweer wordt geschreven voor jouw kind, en de dertien afbeeldingen en de omslag worden getekend naar de foto in de stijl die je kiest. Broers en zussen, ouders, opa en oma of het huisdier kunnen meedoen, tot vijf personages. Wil je iets laten terugkomen wat de laatste tijd is gebeurd, een reis of een losse tand, schrijf het dan op, dan wordt het erin verweven.
Van e-book tot gebonden boek
Het e-book is een paar minuten na de betaling klaar. Lees het, pas de tekst aan en vraag nieuwe afbeeldingen tot je tevreden bent. Daarna bestel je het als gebonden boek in A4, gedrukt en bij je thuis bezorgd, of rechtstreeks naar het kind als cadeau. Voeg gerust het audioboek of de kleurplaten toe. Begin met het maken van het boek of lees meer over de prijzen. Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.
Zo kan het verhaal beginnen
Het alarm gaat net als je een boterham zit te eten. Je laat hem op je bord liggen, rent over de glimmende vloer van de kazerne en stapt in de laarzen die klaarstaan, met de broek al over de schachten. Eén ruk, en ze zitten. Je jas is zwaar en ruikt nog een beetje naar rook van de vorige keer. De poort rolt rammelend omhoog, en de zon verblindt je als je in de cabine springt. “Wat voor melding is het?” vraag je. De chauffeur leest het scherm en fronst. “Geen brand,” zegt ze. “Iemand heeft gebeld over een geluid in de oude watertoren. Het klinkt alsof er binnen iemand zingt, maar de deur zit al vijftig jaar op slot.” De wagen draait de straat op, en je houdt de handgreep stevig vast. Wie kan er zingen in een toren die op slot zit?










