Voorlezen geeft woorden, nabijheid en een rustig moment in een dag die verder vol zit. Dat weten de meeste mensen wel. Het lastige is dat het er ook van moet komen als het eten laat was, iemand weigert zijn tanden te poetsen en je zelf bij bladzijde twee bijna in slaap valt. Hier lees je wat het onderzoek zegt, hoe voorlezen er op verschillende leeftijden uit kan zien en hoe het een vaste plek krijgt die blijft.
Woorden die aan tafel nooit vallen
Boeken hebben een andere taal dan het dagelijks leven. In de gang zeggen we ‘doe je schoenen aan’ en aan tafel ‘wil je nog melk?’. In een verhaal sluipt iemand door een mistig bos, zucht een draak diep en kraakt een deur in zijn scharnieren. Als je voorleest, komt het kind woorden tegen die het anders zelden hoort, in een samenhang die ze begrijpelijk maakt.
Hoeveel dat scheelt, rekenden Jessica Logan en haar collega’s van Ohio State University in 2019 uit. Een kind dat elke dag vijf prentenboeken voorgelezen krijgt, heeft op zijn vijfde ongeveer 1,4 miljoen woorden meer gehoord dan een kind dat nooit wordt voorgelezen. Vijf boeken per dag is veel, maar ook één per dag levert vele duizenden woorden per jaar op.
En dan is er wat niet te tellen valt. Met een boek kun je praten over dingen die moeilijk rechtstreeks te bespreken zijn, zoals angst, jaloezie of de nieuwe zijn, omdat het de figuur in het boek is die dat voelt en niet het kind. En het is een moment waarop een volwassene stilzit, dichtbij, en niet op een telefoon kijkt. Voor veel kinderen is dat het deel dat ze onthouden.
0–2 jaar: de stem, de rijmpjes en het aanwijzen
De allerkleinsten luisteren meer naar je stem dan naar het verhaal. Rijmpjes, herhaling en geluiden als ‘woef’ en ‘brrrm’ trekken hun aandacht, en hetzelfde boekje kan twintig keer worden voorgelezen. Kartonboekjes kunnen er wel tegen als erop gekauwd wordt.
Het geeft niet als jullie de tekst nooit helemaal uitlezen. Wijs de plaatjes aan, zeg wat je ziet en wacht op de geluidjes van het kind. Het moment mag gerust voorbij zijn als het kind wegkruipt. Versjes en liedjes tellen ook; dat is voorlezen zonder boek, en het gaat gewoon mee naar de commode. Meer over verhalen voor de kleinsten lees je bij 0–2 jaar.
3–5 jaar: de vragen komen
Waarom doet hij dat? Wat was er gebeurd als ze de deur niet had opengedaan? Laat de vragen maar komen, ook als je een kwartier over vijf bladzijden doet. Een gesprek over een boek is net zo goed lezen als de tekst zelf.
Dit is ook de leeftijd waarop hetzelfde boek drie weken lang elke avond voorgelezen moet worden, en waarop je verbeterd wordt als je een woord overslaat omdat het al laat is. Dat is vermoeiend. Het is ook een teken dat het verhaal van het kind is geworden. Lees meer over boeken voor 3–5 jaar.
6–9 jaar: een boek in delen
Nu kun je een langer boek over meerdere avonden voorlezen, hoofdstuk voor hoofdstuk. Midden in het spannendste stuk stoppen en morgen verder lezen is een van de beste manieren om een kind op tijd in bed te krijgen.
Kinderen die in groep 3 leren lezen, lezen zelf vaak eenvoudige boekjes en vinden die een beetje saai. Voorlezen kan verhalen bieden die nog te moeilijk zijn om zelf te lezen, maar niet te moeilijk om te begrijpen, en het plezier vasthouden terwijl het zelf lezen nog langzaam gaat. Verhalen voor 6–9 jaar hebben meer dialoog en een uitdaging om te overwinnen.
10 jaar en ouder: ga toch door
Veel ouders stoppen met voorlezen zodra het kind zelf kan lezen, maar er is geen reden om te stoppen zolang jullie het allebei fijn vinden. Wissel af: jij leest een hoofdstuk, het kind het volgende. Of lees allebei apart hetzelfde boek en praat erover aan tafel, als een leesclub voor twee. Luisterboeken in de auto tellen ook. Boeken voor 10 jaar en ouder hebben langere stukken en meer spanning.
Zo komt het ervan
Wat voorlezen tot een gewoonte maakt, is zelden wilskracht. Het is een vaste plek in de dag. Voor velen is dat na het tandenpoetsen, in bed met het lampje aan. Voor anderen is het bij het ontbijt of in de bus. Kies een moment dat ook op een vermoeide dinsdag in november overeind blijft.
Liever tien minuten op de meeste avonden dan een uur op zondag. Leg de boeken waar jullie zitten, niet in de boekenkast in een andere kamer. Laat ook eens iemand anders voorlezen, oma of een grote broer of zus, dan hoort het kind een andere stem. En sla je een avond over, dan geeft dat niets. Morgen gaan jullie gewoon verder. Voor veel gezinnen is een slaapverhaaltje het natuurlijke begin.
Leg je telefoon in een andere kamer. Niet zodat iemand zich schuldig hoeft te voelen, maar omdat een scherm dat oplicht op het nachtkastje de blik trekt, en dat merkt het kind.
Laat het kind kiezen, ook voor de zevende keer
De bibliotheek is de makkelijkste plek om te beginnen. Daar kunnen jullie veel boeken tegelijk lenen en terugbrengen wat niet in de smaak viel, en de medewerkers van de jeugdafdeling denken graag mee.
Laat het kind kiezen, ook als het voor de zevende keer achter elkaar het boek over graafmachines wordt. Een kind dat zelf heeft gekozen, luistert anders. Wissel het af met iets wat je zelf mooi vindt; je plezier in het verhaal hoor je in je stem. Informatieve boeken over dieren, de ruimte of het lichaam zijn ook voorlezen.
Verhalen waarin het kind zichzelf herkent, met zijn eigen straat, zijn hond of zijn broertje of zusje, roepen meestal extra veel vragen op. Daar is zelfs onderzoek naar gedaan: Britse kleuters onthielden nieuwe woorden beter als die woorden in een boek stonden waar ze zelf in voorkwamen. Het onderzoek was klein, achttien kinderen, dus je moet het niet groter maken dan het is. Maar het past bij wat je misschien zelf ziet.
Gaat een boek over iets gevoeligs, zoals een verhuizing of een huisdier dat doodgaat, lees het dan eerst zelf. Dan weet je wat er komt en kun je een avond kiezen waarop er tijd is om te praten.
Meer talen op de rand van het bed
Spreken jullie thuis meerdere talen, dan kan het voorlezen in al die talen. Lees in de taal waarin jij je zelf het meest thuis voelt. Een tekst die loopt, komt tot leven, terwijl een tekst waarmee je worstelt al snel stijf klinkt, en het kind hoort de taal zoals die klinkt als iemand ervan houdt.
Sommige gezinnen verdelen het zo dat de ene volwassene in de ene taal voorleest en de andere in een andere taal. Anderen vertellen vrij in hun eigen taal bij de plaatjes van een boek met Nederlandse tekst. Veel bibliotheken hebben boeken in meerdere talen.
Als het kind zelf gaat lezen
Zelf lezen kost in het begin veel energie, en de boeken die een kind zelf aankan, zijn vaak eenvoudiger dan de verhalen die het wil horen. Blijf daarnaast voorlezen. Laat het kind af en toe aan jou voorlezen, zonder elk woord te verbeteren, of lees om de beurt een bladzijde.
Een kind dat kan lezen maar toch voorgelezen wil worden, gaat niet achteruit. Het wil wat voorlezen geeft: de nabijheid, de stem en verhalen die net iets groter zijn dan het eigen lezen al aankan.
Wil je zien hoe een afgewerkt boek eruitziet voordat je beslist? Blader door onze voorbeeldboeken.


